Schoolschaaksite.nl: alles voor het schaken op de basisscholen | Onze site bevat alle informatie ter bevordering van het schaken op de basisscholen. Wij besteden veel aandacht aan nieuws, achtergronden, schooltoernooien etc. Iedereen mag zelf informatie, artikelen, foto´s of video´s plaatsen op onze site.

Frans Fritschy (1920 – 2010): beeldhouwer en schaakliefhebber

Auteur: Frits Fritschy en Teun Koorevaar   Print


Wat een geweldig kunstwerk!

Tijdens de voorbereiding van mijn serie over Schaakkunst in het Rijksmuseum las ik eind vorig jaar op ChessVibes een in het Engels geschreven artikel over een Rotterdamse beeldhouwer, geschreven door zijn zoon. Als schaakliefhebber had de beeldhouwer na zijn pensioen zestien jaar met passie gewerkt aan De Schaaksimultaan, het werk dat hij als zijn beste beschouwde. Dit geweldige beeldhouwwerk is onbekend bij het grote publiek en daarin wil ik graag enige verandering brengen.
Peter Doggers (ChessVibes) bracht mij in contact met de schrijver van het artikel.

Hieronder, in Deel 1, een vertaling van het oorspronkelijke artikel. In noten zijn ook enige eigen observaties toegevoegd. Tijdens het Nederlands Kampioenschap Schaken in Amsterdam, dat van 5 juli t/m 13 juli in het Manor Hotel wordt gehouden, zijn twee werken van Frans Fritschy te bewonderen.

Frits Fritschy nam de eindredactie van dit artikel voor zijn rekening en zorgde ook voor de foto’s.

In Deel 2 wordt aandacht besteed aan Frans Fritschy als bestuurder van de Rotterdamse schaakvereniging RSR Ivoren Toren.

In Deel 3 wordt aandacht besteed aan het boek Een kunstenaarsbestaan in de twintigste eeuw, Frans Fritschy, beeldhouwer, 1920-2010 geschreven door zijn dochter Wantje met medewerking van zijn zoon Frits. Dit boek is in 2011 verschenen bij Valkhof Pers.

Deze artikelen en het boek bevatten veel aanknopingspunten voor verhalen op de (Rotterdamse) basisscholen (geschiedenis, handvaardigheid, kunst, schaken etc.) waarbij de mooie foto’s ter illustratie op het digitale schoolbord getoond kunnen worden. Schaken als educatie op de basisschool!

Dit prachtige kunstwerk verdient een prominente plek waar het grote publiek het kan bewonderen. Dat was immers de hartenwens van Frans Fritschy!

Reacties kunnen jullie sturen naar : redactieschoolschaaksite@gmail.com


Frans Fritschy ( 1920 - 2010): beeldhouwer en schaakliefhebber


In 1935 werd Alexander Aljechin verslagen door Max Euwe tijdens de wedstrijd om het wereldkampioenschap schaken. Deze werd in Nederland gehouden en duurde 80 dagen. Er werden dertig partijen gespeeld, verdeeld over 13 steden, waarvan de meeste in Amsterdam. Door dit rondreizend circus kreeg dit wereldkampioenschap maximale publiciteit, want televisie en internet bestonden toen nog niet, laat staan ‘social media’.

Nederland werd schaakgek. Iedereen sprak over dit kampioenschap en de kranten publiceerden dagelijks uitgebreide verhalen en analyses. De laatste partij trok tweeduizend belangstellenden in de drie zalen van Bellevue in Amsterdam, terwijl nog eens honderden mensen buiten stonden te wachten in de Marnixstraat, in een hevige sneeuwstorm. Politie te paard hield alles in de gaten. In Rotterdam kregen 400 belangstellenden een ‘live’ verslag in Tivoli, vergelijkbaar met hedendaagse voetbalverslagen op grote schermen buiten een stadion. In de maanden die volgden verviervoudigde het aantal leden van de Nederlandse Schaakbond. Nieuwe schaakverenigingen schoten als paddenstoelen uit de grond (1).

Frans Fritschy, toen een vijftienjarige schooljongen, was een van die nieuwe volgelingen. Tot dan had hij zijn partijen met klasgenoten op een zakschaakspelletje gespeeld, soms stiekem onder de schoolbank. Hij werd lid van de rooms-katholieke schaakvereniging RSR. Deze afkorting staat voor Regina Sacratissimi Rosarii (Koningin van de allerheiligste rozenkrans), iets wat zelfs leden van die club vaak niet meer weten . Tot de zestiger jaren in de twintigste eeuw was het sociale leven in zuilen onderverdeeld. Rooms-katholieke schaakverenigingen speelden in de rooms-katholieke competitie. Zij hadden ook een rooms-katholiek schaaktijdschrift. In dit tijdschrift heeft Frans een eenvoudig doch mooi schaakprobleem gepubliceerd met een mat in drie zetten (2).

Frans Fritschy, wit begint en geeft mat in drie zetten
Oplossing onderaan bij 'Geraadpleegde bronnen'

In gebruikte schoolschriftjes verzamelde hij alles over schaken wat hij maar kon vinden. Hij gaf deze schriftjes later aan zijn zoon Frits toen die ongeveer dezelfde leeftijd had. Deze schriftjes zijn nog steeds in zijn bezit. Stel je eens voor: directe verslagen van het AVRO-toernooi in 1938! Dat was misschien wel het sterkste toernooi dat ooit gehouden is . Het waren de eerste partijen die Frits naspeelde.

Na zijn schoolperiode, hij was niet zo'n heel brave leerling, ging Frans naar de Rotterdamse Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam (nu beter bekend als de Willem de Kooning Academie) waar hij een opleiding tot beeldhouwer volgde.

Frans bleef de schaakvereniging bezoeken, toen gevestigd in de parochiezaal van de Rotterdamse kathedraal. Vlakbij lag het hoofdkwartier van de SS, dat doelwit was voor vliegtuigen van de Royal Air Force. Daarom mocht er van de Duitsers 's avonds vaak geen licht te zien zijn. Dus analyseerden de schakers hun partij bij licht van aangestoken lucifers. In 1975 maakte Frans een terracotta met de naam Analyse. Dit was deels gebaseerd op zijn ervaringen tijdens de oorlog (hoewel de haardracht doet denken aan de jaren zeventig).

Terracotta Analyse

Tijdens een schaakavond viel er een bom vlak voor de parochiezaal zonder dat er een alarm had geklonken. De schrik zat er goed in, met al die glasscherven tussen de schaakstukken! Een tweede bom viel op het midden van de kathedraal. Dit betekende het einde van de schaakavonden.

Na de oorlog ontmoette Frans zijn vrouw en stichtten zij een gezin. Hij probeerde te leven van het beeldhouwen met daarnaast uit noodzaak ieder baantje dat hij kon krijgen, zoals kunstlessen geven aan leerlingen van een glasfabriek. In die jaren was er niet veel vraag naar beeldhouwers en daardoor leefden Frans en zijn gezin tot midden jaren vijftig in armoede. Onder deze omstandigheden was er geen tijd voor schaken. De zaken gingen beter toen Frans les kon geven op de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam.

In 1956 werd zoon Frits, het vierde kind, geboren. Nu er een vast inkomen was, was er weer ruimte gekomen voor hobby's. Frans leerde Frits schaken toen hij zes was en liet tot ergernis van zijn vrouw zijn zoontje nooit winnen. Maar een paar jaar later waren de rollen al omgekeerd. Frans ging met zijn zoon naar schaakvereniging RSR die hij 27 jaar eerder had verlaten. Omdat Frits nog jong was ging hij met hem mee, ook Frans werd weer lid en binnen twee jaar werd Frans voorzitter van de vereniging.
Als allround kunstenaar maakte Frans ook een logo dat nog steeds in gebruik is, zij het in sterk aangepaste vorm. Voor het jaarlijkse open rapidtoernooi van de schaakvereniging vervaardigde Frans een wisselprijs die niet zou misstaan als prijs bij een nationaal kampioenschap (3). Maar dit toernooi is helaas al weer lang ter ziele. Frans had de trofee daarna weer mee naar huis genomen. Deze trofee bleek later een bijproduct te zijn van zijn beste werk.

Wisselprijs toernooi RSR Ivoren Toren

Als schaker speelde Frans op een niveau van hooguit 1800 Elo, maar hij nam iedere schaakpartij zeer serieus. Hij ging altijd recht op de koning van zijn tegenstander af en als dit niet lukte, creëerde hij zo veel mogelijk chaos op het schaakbord. Tegen zwakkere schakers was hij een gevaar voor zichzelf, maar de topschakers van de vereniging moesten ook voor hem oppassen. Frits heeft dit persoonlijk meegemaakt. Een goed voorbeeld van Frans’ stijl is de volgende partij.

Frans Fritschy – Rob Spanjersberg, RSR Ivoren Toren
1. e4 e5 2. f4 exf4 3. Pf3 Le7 4. Lc4 d6 5. O-O h6 6. d4 g5 7. Pe1 Pf6 8. Pc3 Pc6 9. a3 Lg4 10. Dd3 Ph5 11. h3 Ld7 12. Pe2 Tf8 13. b4 f5 14. Lb2 g4 15. Pxf4 fxe4 16. Dxe4 Lf5 17. Pxh5 Lxe4 18. Pg7+ Kd7 19. Le6# 1-0


Hieronder is deze partij op het bord na te spelen.

pgnFile:"./datas/users/4/fritschy_4.pgn"

Frans hield van het schaakspel, maar hij was ook zeer geïnteresseerd in de schakers zelf. Op een schaakvereniging als RSR kwamen mensen uit alle sociale lagen elkaar tegen en zij konden goed met elkaar overweg. Maar schakers zijn ook individualisten, dat zit in hun genen. Frans ervoer dit niet alleen als voorzitter als hij trachtte leden meer bij de vereniging te betrekken, ook als kunstenaar nam hij dit waar.

In de tachtiger jaren kwam zijn carrière aan de Academie ten einde en kreeg hij meer tijd voor zijn artistieke werk. Maar dat was niet gemakkelijk. Zoals zo veel mensen in die tijd was hij van zijn geloof gevallen en daarmee ging ook een belangrijke bron van inspiratie verloren. Hij was een traditionele kunstenaar en gebruikte traditionele materialen. Maar zijn nieuwe leven werd ook een uitdaging om te gaan experimenteren, hij moest en wilde zich aanpassen. De nieuwe materialen die hij ontdekte waren messing en perspex. In de twee foto’s hierboven kun je de verandering in zijn stijl zien.

Al in 1976 begon hij aan wat hij later zou beschouwen als het beste werk dat hij ooit gemaakt had. Echt een meesterwerk! Het ging puur over het schaakspel. Het kostte hem zestien jaar, enkele lange onderbrekingen meegerekend. Tegen zijn zoon Frits zei hij: “Ze zitten allemaal anders, let alleen maar eens op hun benen en voeten”. Hij sprak natuurlijk over schakers. Hij stelde zich tot taak om dit in een kunstwerk te laten zien, en hoe zou dat beter kunnen dan in een simultaan? Door verschillende schakers te tonen die elkaar bestreden zou de focus te veel op het schaakbord komen te liggen en dat was niet zijn hoofddoel. De uitdaging was om in een groep van individualisten toch eenheid te laten zien.


We zien twintig schaakspelers (inclusief één vrouw en één jeugdspeler). De schaakspelers en de tafels zijn gemaakt van messing (geel koper) en op de tafels staan schaakborden met stukken uitgevoerd in geel koper en (rood) koper. Deze kleine schaakstukken maken was echt monnikenwerk; hij moest er op zijn draaibank bijna vijfhonderd maken en ze zijn alle herkenbaar. Naast een kunstenaar die zijn ideeën uitwerkte was hij ook een ambachtsman, trots op wat zijn handen konden maken.

De stellingen op de twintig schaakborden koos hij uit partijen die hij zelf had gespeeld, ervoor zorgend dat overal ongeveer hetzelfde aantal zetten gespeeld was. Enige jaren geleden ontwierp een Spaanse kunstenaar een reuzenschaakbord voor Trafalgar Square in Londen en dit had natuurlijk een wit veld linksonder. Zoiets zou hem natuurlijk niet overkomen. Frits heeft alle notatieformulieren nog van de gebruikte partijen. Hij ontdekte zelfs dat er nog een partij bij was die hij zelf tegen zijn vader had gespeeld en verloren had! Terwijl hij zich een partij die hij gewonnen had, niet meer herinnerde. (En dat hebben schakers wel vaker.) Als dat klopt, had hij Frits rechts en zichzelf links van de simultaangever gepositioneerd. Ze lijken wel een beetje, Frits had lang haar tot op de schouder, typisch zeventiger jaren. Maar de baard van zijn vader ontbreekt.

Bladen messing werden verhit en gebogen om de enigszins gestileerde figuren van de schakers te vormen. Anatomie was een van de vakken waarin hij les had gegeven, en dat is te zien. Hij had niet veel nodig om de menselijke vorm te suggereren, en je zult er geen fout in ontdekken.


Voor schakers zijn de houdingen zeer herkenbaar; de meeste deelnemers zijn geconcentreerd en sommigen lijken zelfs ver van de wereld. Je voelt de spanning en nervositeit; er wordt op nagels gebeten en gerookt. De speler links van de simultaangever heeft net zijn koning omgelegd. Je hoeft het bord niet eens te zien, het is één en al overgave.


De simultaangever is van perspex gemaakt. Om de figuur te kunnen vormen moest deze worden verhit. Maar als perspex verhit wordt, kan het smelten, kunnen er luchtbelletjes ontstaan en kan het zelfs verbranden. Als het niet voldoende wordt verhit, kan het breken. En als het afkoelt kan de vorm veranderen. Dit is allemaal gebeurd en meer dan eens! Maar uiteindelijk kwam zijn ervaring in de glasfabriek van 35 jaar geleden hem wellicht toch nog goed van pas.


Er is een duidelijke afstand tussen de simultaangever en zijn tegenstanders. Het materiaal geeft hem iets etherisch, zoals een schaker opkijkt tegen een grootmeester, een soort schaakgod (4). Frans vertelde zijn oudste dochter dat ze de simultaangever kon vergelijken met ‘de dood’, die uiteindelijk alles overwint. Maar niet alles wat een kunstenaar over zijn werk vertelt, hoeft de complete waarheid te zijn; zijn toelichtingen zijn soms ook afhankelijk van de bui van het moment. Ook al is door het materiaalgebruik uitgebeeld dat de grootmeester op een ander niveau opereert dan zijn tegenstanders, hij staat er niet los van, door toepassing van dezelfde techniek: gebogen platen die een opengewerkte suggestie van vorm geven. Het werk aan de simultaangever was frustrerend, maar het had het gewenste effect.

Wat zorgt nog meer voor samenhang? Kijk eens in welke richting de simultaangever loopt, van links naar rechts, niet? Dat zie je niet alleen aan zijn houding maar ook aan de houding van zijn tegenstanders. De spelers links van hem zijn in diepe concentratie. Rechts van hem is er nervositeit, men wacht op de zet die gaat komen. Drie spelers roken, één friemelt aan zijn stropdas en één trommelt met zijn vingers op tafel. De spelers aan beide hoektafels zijn het meest ontspannen, zij wanen zich het verst weg van het gevaar.


Is het een kunstwerk van groot belang? Voor Frans was dit zo en ook voor zijn zoon Frits. Maar Frits gaf toe dat hij in de beginjaren niet zo enthousiast was als hij had moeten zijn. Hij beschouwde schaken als ‘zijn ding’, dus wat deed zijn vader ermee? Trachten contact met hem te krijgen? Twintigjarigen zien zich zelf wel vaker als het centrum van de wereld. Maar zoals dit verhaal veronderstelt heeft Frans iets aan zijn zoon nagelaten, dat echt van hemzelf was.
Het kunstwerk viel in die tijd niet in een bekende categorie. Hoewel Frans kon genieten van niet -figuratieve kunst, was voor hemzelf kunst niet alleen een concept. Maar dit was niet in lijn met de gangbare ideeën op de Academie in zijn laatste jaren. In zekere zin, zonder reactionair te zijn, was het een daar wellicht een reactie op: al je vaardigheden te gebruiken om iets te creëren zonder veel toelichting. Maar de keerzijde van in je eigen wereld blijven is dat het werk niet de aandacht krijgt die het verdient.

Frans Fritschy stierf op 2 maart 2010. Zijn grote wens was dat na zijn dood De Schaaksimultaan tentoongesteld zou worden in een museum. Maar dit bleek niet realistisch; musea hebben al veel meer in depot dan zij kunnen tonen, dus wat zij aankopen moet in hun collectie passen. Als enige schaakspeler in de familie draagt Frits er nu de zorg voor. Wat overbleef was de wens van zijn vader te vertalen, door het tenminste aan de schaakwereld te laten zien.


Drie jaar lang bleven de gedemonteerde onderdelen veilig ingepakt. De tijd deed zijn verzachtende werk en langzaam kreeg alles zijn plaats terug. Frits trof enige voorbereidingen zoals het ontwerpen van een passend onderstel en dit laten uitvoeren door een lokale smid. Maar Frits had te veel werk, moest eerst de kamer nog opknappen, had andere dingen aan zijn hoofd, maar wachtte eigenlijk op het juiste moment. Toen dat moment uiteindelijk kwam, vond hij dat het verhaal herschreven moest worden dat hij enige tijd na de dood van zijn vader voor diens biografie geschreven had. Dit werd vergemakkelijkt door het weer samenvoegen en oppoetsen van de onderdelen en het zien van de prachtige details en de liefde waarmee alles was gemaakt.


Schaaksites houden zich meestal bezig met de topschakers en daar is natuurlijk niets mis mee. Maar los van de topspelers zijn er duizenden schakers die gedroomd hebben of nog dromen om ook grootmeester te worden, die worden geraakt door de schoonheid van het spel of het gebruiken als hun toevluchtsoord. In De Schaaksimultaan wordt de topschaker neergezet als die droom: transparant en op afstand. Maar de echte focus is op de liefhebbers van het spel.

Toegevoegde noten (TK):
(1) Veel verenigingen hebben als oprichtingsjaar 1935.
(2) Het componeren van schaakproblemen wordt door velen ook als kunst beschouwd.
(3) De winnaar mocht zijn favoriete stelling opgeven die dan een plaats kreeg op de trofee en hem dan een jaar lang thuis neerzetten.
(4) De rijzige figuur van de simultaangever doet mij denken aan Max Euwe die veel simultaans in zijn leven heeft gegeven. Een fraaie foto van Euwe als simultaangever staat in zijn biografie van de hand van Münninghof.

Met dank aan Peter Doggers, ChessVibes

Kleurenfoto’s : Anneke Stakenburg, Frits Fritschy en Gerda Fritschy - Hollander

In het bijzonder dank aan Frits Fritschy voor zijn spontane hulp en het vele werk.

Geraadpleegde bronnen:
a) Zie ook hoofdstuk 6 Frans Fritschy en het schaakspel in het boek Een kunstenaarsbestaan in de twintigste eeuw
b) ChessVibes , A sculptor on chess ,18 december 2013
c) A. Münninghof (1976) Max Euwe – Biografie van een wereldkampioen: Andriessen/Keesing
d) W. Dobbinga in RSR Ivoren Toren 75 jaar (1994)
e) Oplossing schaakprobleem : 1. Dh1 e3. Da8 e2 Lc5# 

Commentaren