Schoolschaaksite.nl: alles voor het schaken op de basisscholen | Onze site bevat alle informatie ter bevordering van het schaken op de basisscholen. Wij besteden veel aandacht aan nieuws, achtergronden, schooltoernooien etc. Iedereen mag zelf informatie, artikelen, foto´s of video´s plaatsen op onze site.

De studiemethode Withuis

Auteur: Teun Koorevaar   Print


Intro


In 1972 kwam het boek Jeugdschaak uit. Het was het eerste leerboek van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond (KNSB). Het leerboek bestond uit drie delen. Deel 1 was voor beginners, deel 2 voor de licht-gevorderden en deel 3 voor de doorzetters. Het leerboek was bedoeld voor kinderen van 9 – 14 jaar.
Dit boek verscheen op een gunstig tijdstip. De opwaartse beweging voor het schaken werd toen versneld door de universele belangstelling voor de match om het wereldkampioenschap tussen de Rus Boris Spasski en de Amerikaan Bobby Fischer. Met name in Amerika en in Europese landen waar het schaken niet zo populair was kwam het ineens in het brandpunt van de interesse te staan en vond zijn neerslag zowel in het aantal nieuwe beoefenaren als in de verkoop van schaakborden en andere schaakartikelen, en ook in een beter imago tegenover het lekenpubliek.

Berry Withuis, auteur, schaker, schaakjournalist en simultaanmeester

Berend Jan Withuis, roepnaam Berry, werd geboren in 1920. Hij verwierf zijn inkomsten als free lance journalist en schreef over schaken voor diverse regionale bladen. Hij was een bekend schaakjournalist en was perschef bij diverse grote schaakevenementen zoals de Nederlandse kampioenschappen. Withuis was de bedenker van de dagelijkse bulletins bij schaaktoernooien.
Hij kreeg van de KNSB als enige de titel simultaanmeester, een aardigheidje voor zijn vele werk voor de V&D simultaanseances.

In de Canon van het Nederlandse Schaak is er ook een portret van Withuis opgenomen (nr. 14) geschreven door Johan Hut. Klik hier.

Berry Withuis was de auteur van de eerste drie leerboeken van de KNSB die hieronder aan de orde komen.

Uit Euwe ’s voorwoord

‘Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst’ is een bekende slogan die vaak wordt gehoord in landen die hogerop willen komen. En met reden. Wij schakers zijn ervan doordrongen dat het schaken zowel een educatieve als een sociale functie vervult in onze maatschappij.
Het kweekt concentratie en logisch denken aan, het bevordert zelfstandigheid en gedisciplineerd handelen. Het eist de aandacht op van vele jongeren en geeft hun een spel mee voor het leven. De jonge schaker die gepakt wordt door ons spel zal niet zo gauw uit verveling tot bedenkelijk uitwassen komen.
Op oudere leeftijd kan het schaakspel een prettige tijdspassering betekenen die de geest verfrist en nieuwe creativiteit schept. Het kan evenwel onder bepaalde omstandigheden ook meer betekenen, veel meer. Mensen die onder kritieke omstandigheden een ver dragend besluit moeten nemen, kunnen door het schaakspel even afstand nemen van de problemen waarvoor zij gesteld zijn.
Ongelukkigen in concentratiekampen konden door het schaakspel hun geestkracht handhaven en aldus een fatale periode in hun leven overbruggen.
Patiënten in sanatoria kunnen door het spelen van schaakpartijen (vooral per correspondentie) het geduld en vertrouwen opbrengen, dat absoluut nodig is voor geleidelijke genezing. Uiteraard heeft het schaakspel ook schaduwzijden. Wanneer men zich er fanatiek op werpt, er aan verslaafd raakt, verwaarloost men allicht belangrijke zaken (studie, gemeenschapsverplichtingen), maar is dat niet het geval met iedere overdrijving? ‘



Waarom een leerboek?

Een leerboek moest voorzien in een behoefte. Noch in Nederland noch in het buitenland bleek een speciaal leerboek voor de jeugd te bestaan. Waarom zou een kind wel een aardrijkskundeboek, een balletjurkje of een paar voetbalschoenen mogen bezitten , doch geen eigen schaakboek?
Er bestonden slechts enkele schaakboeken voor de jeugd. Hieronder een klein overzicht.

Albert van Loon en Max Euwe: Oom Jan leert zijn neefje schaken (1935)

Van Loon had dit boekje al in 1904 voor het eerst uitgegeven, maar door de samenwerking met Euwe werd het een klassieker. De laatste edities zijn door Tirion heruitgegeven. Voor meer informatie over dit boek klik hier.


Den Hertog en Euwe: Practische schaaklessen (19??)

Via deze serie hebben vele generaties schaken geleerd. Voor meer informatie over dit boek klik hier.


M.Bijpost: Fijn….Schaken! (1959?)

De ondertitel was ‘Leerboekje voor het schaken op school’, geschreven door een inspecteur van het lager onderwijs. Een echt beginnersboekje want verder dan de basisregels en enkele openingstips gaat het niet. Uitgever was Van Goor en zonen. Voor meer informatie over dit boek klik hier.

M.Bijpost: Schoolschaak (1961)

Dezelfde inspecteur uit Rotterdam schreef de “leidraad voor hen, die in groepsverband aan jongelui van ongeveer 12 jaar schaken willen leren”. Voor de jongelui was er een opgavenboek. Beide uitgegeven door de KNSB.


L.G. Eggink en Max Euwe :Jeugdschaak (1950)

Dit boek van didacticus Eggink en schaaktopper Euwe werd gezien als een uitbreiding van Practische schaaklessen van Euwe en Den Hertog. Hoewel de titel anders doet vermoeden, is het geen beginnersboek, maar een pittig leerboek voor de gevorderde schaker.

Lodewijk Prins: Leer schaken! (1952)
Het beginnersdeeltje uit de serie Weten en kunnen. Voor meer informatie over dit boek klik hier.

Willem Mühring: Leer jong schaken (1960)

De Nederlandse bewerking van Chess for children door internationaal meester en schaakjournalist Willem Mühring.

Schaakseries op radio en tv

Schaak!
Cursusboek van deze cursus van de Nederlands Onderwijs Televisie uit 1977. Er waren 6 afleveringen op radio en tv. Het leerlingenboek en de handleiding werden geschreven door Wil Haggenburg en uitgegeven door Stichting Nederlandse Onderwijs Televisie.

Schaken voor beginners (1981)
Een door Berry Withuis geschreven cursusboek, dat bij deze serie van de AVRO-academie hoorde. De schaaklessen werden op radio en tv uitgezonden. Uitgave van de AVRO.

Van huisschaker tot clubschaker (1988)
Hans Böhm schreef het cursusboek van deze AVRO-cursus uit 1988. De cursus richtte zich op reeds schakende volwassenen. Tirion Sport was de uitgever.

Opzet en inhoud van Jeugdschaak

Het boek Jeugdschaak is destijds geschreven op verzoek van vele onderwijzers en jeugdleiders uit diverse regio’s. De verspreide doch intensieve praktijk met jeugd- en schoolschaak had in sterke mate de behoefte aan het licht gebracht aan een ‘eigen boek voor de kinderen, in hun eigen taal, op hun spelniveau, onder gelijktijdig uitsluiten van het paternalitische ‘les-geven’ aan passieve toehoordertjes.’
Het boek is er gekomen – na uitvoerige consultaties en correcties - het was vanaf de eerste dag een succes. Binnen twee maanden was de eerste druk uitverkocht en er zouden nog vele drukken volgen.

Het boek is in drie delen verdeeld en bij ieder deel is een diploma te behalen. Vooral dit diploma-systeem was bedoeld om de kinderen aan te moedigen. Het had namelijk meer het karakter van een beloning dan van een test.

Het boek telt 20 hoofdstukken, 147 bladzijden met 172 diagrammen en het is rijk geïllustreerd met foto’s van de jeugd. Ook bevat het boek oefenopgaven.

Deel 1 Opleiding tot het Pionnendiploma


Hoofdstuk 1: Sport met je hersens, Op een bord, De schaakstukken, Elk stuk heeft een naam, Echt spelen,De koning, De dame, Wat is mat?, De stand

Hoofdstuk 2: Wat is pat?, Wat is slaan?, Dekken, Het opschrijven van zetten, De toren

Hoofdstuk 3: De notatie van de zetten, Hoe loopt de loper, Het paard

Hoofdstuk 4: De pion, Nog meer over de pion, Nog zijn we met die pion niet klaar, De vrijpion en andere benamingen

Hoofdstuk 5: Rocheren

Deel 2 Opleiding tot het Torendiploma



Hoofdstuk 6: Het centrum en de waarde van de velden en de stukken, Het bord, Het verhaaltje van de dag

Hoofdstuk 7: Remise, Wereldkampioenschap

Hoofdstuk 8: Miniatuur en Herdersmat, De 50-zettenregel, De vork, Het kampioenschap van Nederland, Kampioenen van Nederland, Jeugdkampioenen van Nederland, Jeugdclubkampioenschappen van Nederland, Schoolschaakkampioenen van Nederland, Nationaal kampioenschap voor meisjes, Jeugdsnelschaakkampioen van Nederland

Hoofdstuk 9: Het familieschaak, Het aftrekschaak, Dubbelschaak, Stikmat, Titels

Hoofdstuk 10: Notatie, De penning, Het offer, Kijk uit wat je koopt

Deel 3 Opleiding tot het Koningsdiploma



Hoofdstuk 11: De Opening, Het Middenspel, Het eindspel, Schaakboeken, Opgaven

Hoofdstuk 12: De Opening, Het Middenspel, Het Eindspel, Simultaanschaak, Blindschaken

Hoofdstuk 13: De Opening, Het Middenspel, Het Eindspel, Scheidsrechters

Hoofdstuk 14: De Opening, Het Middenspel, Het eindspel, Hoe lang mag je nadenken over één zet?

Hoofdstuk 15: De Opening, Het Middenspel, Het Eindspel, De oppositie, Wereldkampioen

Hoofdstuk 16: De Opening, Het middenspel, Het Eindspel, Beroemde partijen

Hoofdstuk 17: De Opening, Nimzo-Indisch, Het Middenspel, Het Eindspel

Hoofdstuk 18: De Opening, Het Middenspel, Het Eindspel, Die immer Grüne

Hoofdstuk 19: De kwaliteit, Het vierkant, Twee offers

Hoodstuk 20: Tempo, tempo, Het andere tempo, Zo mooi is schaken

Zo kun je alles vinden

Antwoorden

Het leerboek werd een groot succes

In 1978, zes jaar na het verschijnen van de eerste druk van het leerboek, rapporteerde de KNSB het volgende:

- jaarlijks behalen 12.000 kinderen een Pionnen-, Toren- of Koningsdiploma
- het diploma-systeem – vooral te zien als een aanmoediging en niet als het aan de tand voelen van het kind, dat voor zijn plezier schaakt – is een geweldige stimulans gebleken
- er zijn erkende opleidingen gekomen voor de functies van ‘schaakonderwijzer’, ‘instructeur’ en jeugdleider
- het aantal team- en individuele kampioenschappen in elke leeftijdsgroep is sedert 6 jaar met sprongen vooruitgegaan.
- het aantal jeugdtoernooien is sterk toegenomen
- rond het boek Jeugdschaak werd o.a. het Aspirantenlidmaatschap ingevoerd; daarnaast kwam de uitgifte van een eigen jeugdblad van de grond
- zes jaar geleden was slechts 4 procent van het KNSB-ledenbestand jonger dan 21 jaar; thans is dit percentage met sprongen gegroeid en bedraagt 28%!
- De KNSB heeft via twee commissies a) Jeugd- en Schoolschaak en b) Kadervorming een enorm aantal activiteiten tot ontplooiing kunnen brengen. Honderden volwassenen waren betrokken bij het werk in jeugdclubs of bij het onderricht op basisscholen; de overheid steekt haar waardering voor de wijze van aanpak door de KNSB niet onder stoelen of banken.


Rol van Vroom &Dreesmann

Dankzij een goede samenwerking met Vroom & Dreesmann kon dit boek tegen een lage prijs beschikbaar worden gesteld. Hiermee werd een tweede doelstelling gerealiseerd, namelijk dat iedere jongen of ieder meisje zijn eigen schaakboek kon bezitten. Zo goed als iedere scholier zijn eigen rekenboek of aardrijkskunde boek had, kon nu iedere jongen of meisje in een vrij uurtje zijn/haar schaakboek pakken en zich de regels, maar vooral de boeiende mogelijkheden van het schaakspel eigen maken. Van het boek Jeugdschaak zijn naar schatting een kleine 200.000 exemplaren verkocht!

De relatie met Vroom & Dreesmann stamt uit de zestiger jaren van de vorige eeuw , toen de beroemde simultaantoernee gestalte kreeg. In 1959 regelde Berry Withuis voor grootmeester Paul Keres enkele simultaanseances, waaruit kort daarna de V&D simultaans ontstonden, die ieder jaar in verschillende plaatsen gehouden werden.

Telkenmale heeft Vroom & Dreesmann aan de wensen uit KNSB-kringen willen voldoen bij het realiseren van de drie leerboeken.

Officieel leerboek van de Duitse Schaakbond

De Duitse Schaakbond heeft de methode Withuis overgenomen (incl. het diploma-systeem) en geheel herzien voor Duitse doeleinden. Grootmeester Helmut Pfleger is een van de co-auteurs.

Nieuw uitgegeven in 2003 door Orbis Verlag, onderdeel van Random House GmbH, het boek werd in de voormalige DDR gedrukt.

Nog twee nieuwe leerboeken

Naast Jeugdschaak de ruggengraat van het onderricht in de leeftijdsgroep 9-14 jaar, zagen nog twee jeugdboeken het licht, namelijk:

Schaken voor kinderen –uitgave Amsterdam Boek BV- dat in sprookjesvorm aan kinderen van 5-9 jaar de spelregels leert. Het betreft hier een schaakprentenboek. Door dit rijk geïllustreerde boek gaf de KNSB een gezellige uitbreiding aan het spelletjes-pakket van het jonge kind.

Juniorenschaak, een uitgave in 1977 waar we ook nog even bij willen stilstaan. Dit boek wilde het meisje of de jongen, die bezit(s)ter van het Koningsdiploma was geworden opleiden tot clubspeler. Ook Juniorenschaak is uit een groeiende behoefte ontstaan. Het zijn vooral de schaakonderwijzers en de jeugdleiders geweest die op het schrijven ervan hebben aangedrongen ; ze zijn in sterke mate betrokken geweest bij de studiemethode en bij de bepaling van de inhoud.
Juniorschaak , eveneens een coproductie met Vroom & Dreesmann, is het sluitstuk van een complete opleiding. Het kind dat het Koningsdiploma bezat had veelal de basisschool verlaten. Het kwam in een andere wereld waar half-volwassenen hun weg zochten en heel-volwassenen regeerden. Die tussenfase maakte het als jong schakertje eigenlijk ook door.


Bij Juniorenschaak was het uitgangspunt het begrip begeleiding.
De overgang moest non-stop worden begeleid door een oudere en sterkere speler, men ging ervan uit dat deze methode het spelplezier van de half-volwassene enorm zou vergroten.
Bij deze fase paste ook het Juniorenlidmaatschap van de KNSB in combinatie met het blad Jeugdschaak

Schaak zelf


Het kon niet uitblijven natuurlijk. Na de successen van de leerboeken voor de jeugd kwam er ook een leerboek voor volwassenen gebaseerd op het principe ‘doe-het-zelf’. Het boek werd ook door Withuis geschreven in opdracht van de KNSB-commissie ‘Recreatieschaak’, daartoe gesteund door veel clubbesturen en schaakleraren. De eerste druk kwam uit in 1980 en er zijn daarna vele drukken verschenen.

Schaak zelf is, als complete leergang, op hetzelfde principe gebaseerd als zijn eerdere twee leerboeken voor de jeugd. Niet alles tegelijk, doe-het-zelf, stap voor stap, maar wel met direct spelplezier en niet al te veel studie.

Een prettig nevenaspect was , dat nu zoveel kinderen schaken leerden of hadden geleerd – hun spel toen ook door hun ouders kon worden geleerd en beoefend. Omdat hetzelfde succesvolle leersysteem werd toegepast groeide de bestudering van dit boek soms uit tot een gezellige gezinsbezigheid.

Tenslotte: dit boek, een bord en een spel stukken – meer had men jarenlang niet nodig; het kon nauwelijks goedkoper!

Overgang naar De Stappenmethode

Medio tachtiger jaren van de vorige eeuw vroeg de KNSB aan Van Wijgerden, de bondscoach, of hij een nieuw leerboek zou willen schrijven. Er was veel ervaring opgedaan met de methode Withuis en er waren nieuwe inzichten m.b.t. het schaakles geven. Van Wijgerden benaderde Rob Brunia en de uitdaging werd aangegaan.

In 1987 kwam Stap 1 uit. Toen bleek echter dat de KNSB het project niet wilde of kon financieren. Deze blunder in de opening van de partij kon niet meer goedgemaakt worden. Van Wijgerden besloot de Stappenmethode in eigen beheer uit te geven. Inmiddels is de methode vertaald in het Duits, Engels, Frans en Turks. En dit jaar komt Stap 1 uit in het Deens en het Grieks. En daar zal het niet bij blijven.

Lange tijd had de KNSB een bevoorrechte positie bij de verkoop van de Stappenmethode middels de winkel van de Stichting Bevordering Schaaksport. Ook dit kon niet tot een (financieel) succes worden uitgebouwd en er moest een reorganisatie van SBS volgen. Hieruit kwam de samenwerking voort met Schaak en Go winkel Het Paard in Amsterdam.

De Stappenmethode werd de officiële leermethode van de KNSB en heeft de methode Withuis geheel vervangen.
Op onze site is de Stappenmethode uitgebreid beschreven.

Commentaren